J.1.00 Brandwerend isoleren en bekleden van metalen luchtkanalen
J.1.01 luchtkanalen en brandcompartimentenDe brandcompartimenten zijn te onderscheiden in:
J.1.01.1 brandcompartimentenLuchtkanaalsystemen dienen te voldoen aan de brandcompartimenteisen, zoals beschreven in het Bouwbesluit. Bij de passage van een luchtkanaal door een brandcompartiment moet een brandklep worden toegepast, die mimimaal gelijk is aan de brandwerendheid van de scheiding waarin zij zich bevindt. Smeltzekeringen van de brandklep moeten door middel van een inspectieluik of middels een uitneembaar bedieningsblok bereikbaar zijn. Om branddoorslag via ventilatiekanalen te voorkomen, moeten luchtkanalen brandwerend worden uitgevoerd of moet er ter plaatse van een doorvoering van de scheidingsconstructie een brandklep worden aangebracht. Indien brandkleppen niet ter plaatse van de doorvoering kunnen worden aangebracht, is het noodzakelijk het luchtkanaalgedeelte vanaf de scheidingsconstructie tot op de scheiding van het brandklepblad brandwerend uit te voeren met een brandwerendheid gelijk aan die van de betreffende scheiding. De brandwerendheid van een brandklep dient te zijn aangetoond door middel van een certificaat van een erkende instantie.
Hiervoor gelden de navolgende beproevingsmethoden:
|
![]() |
|
J.1.01.2 rookcompartimentenBij de passage van een luchtkanaal door een rookcompartiment moet een brandklep worden toegepast of moet het kanaalgedeelte dat deze scheiding passeert over een afstand van minimaal 3 meter ononderbroken en zonder openingen (roosters) worden uitgevoerd. De 3 meter mag ten opzichte van de rookscheiding verschuiven.
J.1.02 brandwerend isoleren van ronde luchtkanalenIndien aan de luchttransportweg hoge eisen m.b.t. brandwerendheid wordt gesteld, wordt i.v.m. toepassing van gecertificeerde isolatie materialen aanbevolen de luchtkanalen rechthoekig uit te voeren.
J.1.03 brandwerend isoleren van rechthoekige luchtkanalenHiervoor kunnen de navolgende isolatie materialen in de aanbevolen dikte en uitvoering worden toegepast:
J.1.04 ophanging brandwerend geïsoleerde luchtkanalen
Kanalen dienen in principe opgehangen te worden als bij de genormeerde beproevingsmethode.
Ophangingen dienen inklemmend te worden uitgevoerd door middel van een boven- en onderbeugel en afgehangen door middel van draadeinden van minimaal M6 in metalen pluggen. Dit geldt voor zowel rechthoekige als ronde luchtkanalen.
|
|
![]() |
J.1.05 brandwerende doorvoeringDe beproevingsmethode van scheidingsconstructies met doorvoeringen is vastgelegd in de normen NEN 6069 en NEN-EN 1366-3. De afwerking van doorvoeringen kan geschieden door:
Het afwerken van de doorvoeringen is afhankelijk van:
Gezien de combinatie van doorvoeringen van meerdere technische installaties ter plaatse van de rook en brandcompartimenten, geeft het de voorkeur om één en ander in combinatie door gespecialiseerde bedrijven te laten uitvoeren. De coördinatie en verantwoording dienen bij voorkeur bij een bouwpartner te liggen.
J.1.06 montage brandkleppenDe montage van brandkleppen dient zo mogelijk te geschieden volgens voorschriften van de fabrikant. Soms is het in de bouw niet mogelijk om de brandklep gedeeltelijk in de brandscheiding te monteren. Wanneer de brandklep niet in de brandscheidende wand kan worden gemonteerd, zal het kanaaldeel tussen de brandscheidende wand en de brandklep zodanig dienen te worden geïsoleerd dat de kwaliteit van de brandscheiding blijft bestaan. Dit wordt bij voorkeur onder verantwoordelijkheid van de bouwkundig aannemer uitgevoerd.
|
|




.jpg)

