J.1.00 Brandwerend isoleren en bekleden van metalen luchtkanalen

J.1.01 luchtkanalen en brandcompartimenten

De brandcompartimenten zijn te onderscheiden in:

  • brandcompartimenten;
  • rookcompartimenten.

J.1.01.1 brandcompartimenten

Luchtkanaalsystemen dienen te voldoen aan de brandcompartimenteisen, zoals beschreven in het Bouwbesluit. Bij de passage van een luchtkanaal door een brandcompartiment moet een brandklep worden toegepast, die mimimaal gelijk is aan de brandwerendheid van de scheiding waarin zij zich bevindt. Smeltzekeringen van de brandklep moeten door middel van een inspectieluik of middels een uitneembaar bedieningsblok bereikbaar zijn. Om branddoorslag via ventilatiekanalen te voorkomen, moeten luchtkanalen brandwerend worden uitgevoerd of moet er ter plaatse van een doorvoering van de scheidingsconstructie een brandklep worden aangebracht. Indien brandkleppen niet ter plaatse van de doorvoering kunnen worden aangebracht, is het noodzakelijk het luchtkanaalgedeelte vanaf de scheidingsconstructie tot op de scheiding van het brandklepblad brandwerend uit te voeren met een brandwerendheid gelijk aan die van de betreffende scheiding. De brandwerendheid van een brandklep dient te zijn aangetoond door middel van een certificaat van een erkende instantie.

 

Hiervoor gelden de navolgende beproevingsmethoden:

  • voor brandwerende kanalen zonder brandkleppen volgens NEN-EN 1366-1. (NEN 6076);
  • voor brandwerende kanalen met brandkleppen volgens NEN-EN 1366-2. (NEN 6077).

Herkenning en toepassing van de juiste normering

De verschillende leveranciers bieden producten aan die volgens verschillende normen zijn goedgekeurd. Om te beginnen moet altijd worden gekeken of er wordt gesproken over ‘getest volgens’ of ‘goedgekeurd volgens’. Beide termen komen in de markt voor, terwijl alleen de laatste iets zegt. Leveranciers van brandkleppen, smeltroosters en brandwerende manchetten melden conformiteit aan verschillende normen, zowel NEN als NEN-EN. Hierna wordt toegelicht hoe dit is ontstaan en welke normen van toepassing zijn.

 

NEN normering

Tot voor enige jaren geleden werden in Nederland alleen de NEN normeringen gehanteerd, in het bijzonder:

  • NEN 6069: Experimentele bepaling van de brandwerendheid van bouwdelen en bouwproducten en het classificeren daarvan;
  • NEN 6077: Experimentele bepaling van de brandwerendheid van ventilatiekanalen voorzien van brandkleppen.

Zonder de normteksten volledig te citeren kunnen de volgende conclusies worden vermeld:

NEN 6069: Onder deze norm zijn bijvoorbeeld smeltroosters getest. Producten die conform deze norm zijn goedgekeurd, zijn getest in drukloze situatie. Een dergelijk smeltrooster mag dan worden toegepast in bijvoorbeeld een deur of wand als overstroomvoorziening. Dit product toepassen in luchtkanalen mag alleen wanneer zeker is dat de luchtbehandelinginstallatie in geval van brand uitschakelt, waardoor gegarandeerd kan worden dat tijdens brand het smeltrooster niet onder druk komt te staan. Immers daarop is het product niet getest en dus niet goedgekeurd. Daarbij nog de aantekening dat in Nederland in de meeste gevallen de luchtbehandelinginstallatie bij brand wordt gebruikt voor ontroking (vrijhouden van vluchtwegen), waardoor het aantal gevallen dat een smeltrooster in een luchtkanaal gebruikt mag worden, klein is.

 

NEN 6077: onder deze norm zijn brandkleppen getest. Brandkleppen die voldoen aan deze norm zijn onder druk getest en goedgekeurd, oftewel mogen zonder aanvullende voorwaarden in luchtbehandelinginstallaties worden toegepast.

 

NEN-EN normering

Sinds enige tijd geldt ook de Europese normering, afgekort EN. In verband met brandwerende producten voor luchtbehandelinginstallaties is EN 1366 de belangrijkste norm. Gezien het Europese karakter is het nu zo dat het testen van brandwerende producten niet per land hoeft te gebeuren, ook al is het nog wel zo dat de verschillende landen verschillend met brandveilig installeren omgaan. Indien een testlaboratorium zodanig is geoutilleerd dat ze conform EN 1363-1 (de norm die aangeeft hoe en met welke middelen de test dient te worden uitgevoerd) kan testen, mag zij de test voor ieder Europees land eenmalig uitvoeren. Vervolgens wordt dan geclassificeerd aan de hand van EN 13501-3 als het gaat om producten voor de ventilatie. Uit de test volgt een testverslag en op basis daarvan een classificatierapport. Gezien het voorgaande is het dus van belang dat een leverancier van brandwerende producten niet het testverslag, maar wel het classificatierapport kan overhandigen. Hierin wordt immers geconcludeerd of, en zo ja voor hoeveel minuten (15, 20, 30,45,60,90,120,180,240 of 360 minuten) het betreffende product is goedgekeurd. Dit wordt altijd aangeduid met: EIS xx, waarbij xx het aantal minuten is. De E staat voor integriteit, de I voor isolatie en de S voor rooklekkage. Bijvoorbeeld EIS 60 geeft aan dat betreffende product tenminste 60 minuten lang de rook niet doorlaat en warmte isoleert, oftewel niet doorlaat.

 

EN 1366 kent een soortgelijk onderscheid als de eerder besproken NEN normen;

NEN-EN 1366-2: goedkeuring volgens deze norm betekent dat het betreffende product is getest en goedgekeurd onder druk. Dit is dus bij uitstek de norm waaraan brandkleppen, die na het ‘NEN-tijdperk’ zijn getest, moeten voldoen. NEN-EN 1366-3: een product met deze goedkeuring is niet getest onder druk, dus alleen goedgekeurd als bijvoorbeeld overstroomvoorziening tussen ruimten. Maar nadrukkelijk niet als toepassing in luchtkanalen waarbij niet is gegarandeerd dat bij brand de luchtbehandelingsinstallatie uitschakelt.

 

Conclusies en advies

Verzeker u ervan dat u niet met geteste maar met goedgekeurde producten heeft te maken. Beoordeel vervolgens of u met een brandwerende voorziening in een drukloze toestand heeft te maken (toepasselijke oude norm is NEN 6069, nieuwe norm is EN 1366-3); of heeft u wel met druk te maken dan dient een goedgekeurd product conform de oude norm NEN 6077 of de nieuwe norm EN 1366-2 te worden toegepast

 

 

 

J.1.01.2 rookcompartimenten

Bij de passage van een luchtkanaal door een rookcompartiment moet een brandklep worden toegepast of moet het kanaalgedeelte dat deze scheiding passeert over een afstand van minimaal 3 meter ononderbroken en zonder openingen (roosters) worden uitgevoerd. De 3 meter mag ten opzichte van de rookscheiding verschuiven.

 

J.1.02 brandwerend isoleren van ronde luchtkanalen

Indien aan de luchttransportweg hoge eisen m.b.t. brandwerendheid wordt gesteld, wordt i.v.m. toepassing van gecertificeerde isolatie materialen aanbevolen de luchtkanalen rechthoekig uit te voeren.
Er is een product in de handel, dat wordt geleverd met een dikte van 60 mm welke afhankelijk van de persing (gewicht per m2 plaatoppervlakte) gebruikt kan worden voor respectievelijk een 60 minuten, 90 minuten of 120 minuten brandscheidende wand.
Gelijkwaardige producten kunnen ook toegepast worden indien er een geldig testrapport kan worden overlegd.

 

 

J.1.03 brandwerend isoleren van rechthoekige luchtkanalen

Hiervoor kunnen de navolgende isolatie materialen in de aanbevolen dikte en uitvoering worden toegepast:

  • De isolatie materialen (brandplaten) worden direct op het luchtkanaal aangebracht volgens de voorschriften van de leverancier. Deze platen worden veelal vastgezet middels laspennen of schroefparkers. De platen worden onderling vastgezet met behulp van een speciale lijmsoort .
  • onbrandbare platen van fibersilicaat.
    Asbestvrije platen, vervaardigd van vezels, portlandcement en toeslagstoffen, dienen volgens voorschriften van de fabrikant te worden aangebracht.

 

J.1.04 ophanging brandwerend geïsoleerde luchtkanalen

 

Kanalen dienen in principe opgehangen te worden als bij de genormeerde beproevingsmethode.
Als vuistregels wordt hiervoor aanbevolen:

  • maximale afstand tussen de ophangingen h.o.h. 1,5 meter;
  • gewicht per ophangpunt maximaal 50 kg;
  • toelaatbare spanning in draadstangen maximaal 9N/mm2 bij een brandwerendheid van 30 en 60 minuten;
  • toelaatbare spanning in draadstangen maximaal 6 N/mm2 bij een brandwerendheid van 90 en 120 minuten.

Ophangingen dienen inklemmend te worden uitgevoerd door middel van een boven- en onderbeugel en afgehangen door middel van draadeinden van minimaal M6 in metalen pluggen. Dit geldt voor zowel rechthoekige als ronde luchtkanalen.

 

 

 

J.1.05 brandwerende doorvoering

De beproevingsmethode van scheidingsconstructies met doorvoeringen is vastgelegd in de normen NEN 6069 en NEN-EN 1366-3. De afwerking van doorvoeringen kan geschieden door:

  • het aanwerken met bouwkundig materiaal (bijvoorbeeld aanmetselen of met gipsplaten);
  • het aanwerken met zware persing steenwol in combinatie met brandwerende coating;
  • het aanwerken met steenwol.

Het afwerken van de doorvoeringen is afhankelijk van:

  • materiaal, vorm en afmeting (diameter, wanddikte) van de luchtkanalen;
  • afdichtingssysteem in de doorvoering;
  • additionele bescherming, zoals bij verhitting opschuimende coating, brandmanchetten enzovoorts;
  • speciale brandwerende manchetten, welke de opening afsluiten door opschuimen.

Gezien de combinatie van doorvoeringen van meerdere technische installaties ter plaatse van de rook en brandcompartimenten, geeft het de voorkeur om één en ander in combinatie door gespecialiseerde bedrijven te laten uitvoeren. De coördinatie en verantwoording dienen bij voorkeur bij een bouwpartner te liggen.

 

 

J.1.06 montage brandkleppen

De montage van brandkleppen dient zo mogelijk te geschieden volgens voorschriften van de fabrikant. Soms is het in de bouw niet mogelijk om de brandklep gedeeltelijk in de brandscheiding te monteren. Wanneer de brandklep niet in de brandscheidende wand kan worden gemonteerd, zal het kanaaldeel tussen de brandscheidende wand en de brandklep zodanig dienen te worden geïsoleerd dat de kwaliteit van de brandscheiding blijft bestaan. Dit wordt bij voorkeur onder verantwoordelijkheid van de bouwkundig aannemer uitgevoerd.