G.1.00 Ronde flexibele kanalen, oftewel slangen

G.1.01 materiaalkeuze

Slangen kunnen worden geleverd in de navolgende materialen:

  • aluminium;
  • aluminium folie;
  • kunststof.

G.1.02 soorten flexibele slangen

Slangen zijn leverbaar in drie uitvoeringen:

  • ongeïsoleerd;
  • thermisch geïsoleerd;
  • akoestisch geïsoleerd.

G.1.03 ongeïsoleerde slang

Een ongeïsoleerde slang heeft een wand van onder G.1.01 omschreven materiaal en is voorzien van een, al of niet verdekt, liggende stalen spiraal. De spiraal kan voorzien zijn van een coating.

 

G.1.04 thermisch geïsoleerde slang

Een thermisch geïsoleerde slang heeft een binnenslang zoals onder ongeïsoleerde slang omschreven. De slang is omwikkeld met thermisch isolerend materiaal zoals glaswol of steenwol. Om de isolatie is een buitenmantel aangebracht van versterkt aluminium polyesterlaminaat, eventueel voorzien van een stalen spiraal.

 

G.1.05 akoestisch geïsoleerde slang

Een spiraalversterkte binnenslang van glasvezelgaas, omwikkeld met een akoestisch materiaal zoals glaswol of steenwol. Om de isolatie is een buitenmantel aangebracht van versterkt aluminium laminaat of kunststoffolie, eventueel voorzien van een stalen spiraal. Tussen de binnenslang en de isolatie kan optioneel een folielaag worden aangebracht die voorkomt dat deeltjes van de isolatie in het kanaal komen.

 

G.1.06 lengte van flexibele slangen

De flexibele slangen worden meestal geleverd in gecomprimeerde uitvoering. De slang dient uitgetrokken te worden voor gebruik. Na uittrekken van de slang, mag de lengte niet meer dan 3% korter zijn dan de door de leverancier opgegeven nominale lengte. De verkrijgbare lengten variëren per fabrikant en zijn verkrijgbaar van 1 tot 10 meter in uitgetrokken toestand.
In gecomprimeerde toestand zijn de lengten 0,4 tot 3 meter, afhankelijk van het type slang.

 

G.1.07 diameters

De flexibele kanalen worden uitgevoerd in standaard diameters die zijn aangegeven in NEN-EN 13180, zie links.

 

G.1.08 montagevoorschriften

Voor het monteren van slangen zie hoofdstuk L1.06.10 montagevoorschriften flexibele slangen.