F.1.00 Rechthoekige kanalen van hardschuim

F.1.01 plaatkwaliteit

De hardschuim luchtkanalen worden vervaardigd van platen met een minimale volumieke massa van 40 kg/m3. Deze platen zijn één of tweezijdig voorzien van een aluminiumfolie met een dikte van 60 micron.

 

F.1.02 plaatdikte

De hardschuim luchtkanalen worden uitgevoerd in de minimale plaatdikte van 20 mm voor phenolschuim, en 20 mm voor pirschuim. De luchtkanalen worden bij deze dikten zo gefabriceerd, dat voldoende stijfheid tegen vervorming aanwezig is.

 

F.1.03 dwarsverbindingen

Dwarsverbindingen van luchtkanalen worden zodanig gemaakt, dat een voldoende luchtdichte verbinding wordt verkregen.

 

 

 

 

F.1.04 langsverbindingen

De kanalen worden vervaardigd uit een vlakke plaat, waarin op de hoek V groeven worden gesneden. Deze groeven worden verlijmd. De sluitzijden worden onder 45° afgesneden, verlijmd en afgewerkt met een aluminiumtape met een minimale breedte van 50 mm en voor zover nodig voorzien van bijvoorbeeld verbindingskrammen.

 

 

F.1.05 verstijvingen

Luchtkanalen worden met een zodanige stijfheid uitgevoerd, dat hinderlijke vervormingen niet optreden. Uitgaande van toepassing van de minimale plaatdikte, volgens F.1.02, worden kanaalvlakken > 700 mm inwendig verstijfd.

 

F.1.06 uitvoeringsmogelijkheden

Enkele uitvoeringsmogelijkheden van hardschuim luchtkanalen zijn:

  • phenolschuim met aluminium buitenmantel en glasvlies inwendig, geschikt voor binnenopstelling;
  • phenolschuim met aluminium buitenmantel en aluminium inwendig, geschikt voor binnenopstelling;
  • phenolschuim met polyester buitenmantel en aluminium inwendig, geschikt voor buitenopstelling;
  • pirschuim met aluminium buitenmantel en aluminium inwendig, geschikt voor binnenopstelling;
  • pirschuim met polyester buitenmantel en aluminium inwendig, geschikt voor buitenopstelling.

Voor het aanbrengen van polyester zijn de volgende specificaties van toepassing:

  • 450 gram/m2 glasvlies bij een inwendige kanaalmaat kleiner dan 700 mm;
  • 2 x 450 gram/m2 glasvlies bij een inwendige kanaalmaat gelijk aan of groter dan 700 mm.

F.1.07 afmetingen

De nominale maten van de luchtkanalen worden in mm aangegeven en hebben betrekking op de inwendige afmetingen met een tolerantie van + 2 mm tot en met een zijde van 1200 mm en + 4 mm met een zijde groter dan 1200 mm. De afmetingen zjin gestandaardiseerd in overeenstemming met de afmetingen van rechthoekige metalen kanalen.

 

F.1.08 zichtwerk

Indien in een luchttechnische installatie een deel van het luchtkanaalsysteem dient te worden uitgevoerd als “zichtwerk”, zal dit worden uitgevoerd zoals het overige kanaalwerk, tenzij dit in het bestek of de uitvoeringsspecificatie anders is vermeld. Bij kanaalwerk, aangemerkt als zichtwerk, zullen uitwendig aangebrachte stickers en aanduidingen worden verwijderd, terwijl de vereiste luchtdichtheid door inwendig kitten zal worden verkregen. Aanvullende maatregelen in het kader van zichtwerk behoren normaliter niet tot de standaard uitvoering.

 

F.1.09 bochten

Bochten worden uitgevoerd als:

  • bochten met een hoek groter dan 45° dienen te worden voorzien van schoepen;
  • haakse bochten worden voorzien van schoepen of airturns.
 

 

F.1.10 verlopen

Verloopstukken worden zo uitgevoerd, waarbij de tophoek a in principe maximaal 60° bedraagt.

 

F.1.11 aftakkingen

Een aftakking (een afsplitsing van een doorgaand hoofdkanaal) kan tot stand worden gebracht door middel van een recht of een stromend hulpstuk en vindt plaats onder een hoek van maximaal 90°. Luchttechnische aspecten bepalen mede het type uitvoering.

 

 

 

F.1.12 instelkleppen

Instelkleppen worden handinstelbaar uitgevoerd en dienen om een installatie in te regelen. Ze zijn voorzien van een deugdelijke vastzetinrichting, waaruit tevens de klepstand blijkt. Het klepblad, vervaardigd uit verzinkt materiaal, wordt uitgevoerd in enkele plaat met een dikte van tenminste 1,5 mm tot een maximale bladbreedte (B) van 500 mm en tot een maximaal oppervlak van 0,25 m². Bij de klepbladen worden de randen evenwijdig aan de asrichting afgerond en verstijfd.

 

F.1.13 erosiebestendigheid

Teneinde de erosiebestendigheid te kunnen garanderen, zijn de kanalen inwendig afgewerkt met een ingebakken glasvlies of aluminium, afhankelijk van de toepassing. De luchtsnelheid in het kanaalsysteem mag nergens meer bedragen dan 12 m/s.

 

F.1.14 toelaatbare systeemdruk

De maximaal toelaatbare systeemdruk bedraagt 750 Pa.

 

F.1.15 bedrijfstemperatuur

De maximale bedrijfstemperatuur bedraagt voor hardschuim kanalen met stalen profielen 110° C.