C.2.00 Ronde kanalen van roestvast staal
C.2.01 plaatkwaliteitVoor het vervaardigen van roestvast stalen ronde luchtkanalen wordt plaatstaal toegepast in de kwaliteit X 5 CrNi-18-10-1.4301 volgens NEN-EN 10088 (AISI 304). Voor specifieke toepassingen kan roestvast staal in de kwaliteit X 5 CrNi-18-10-1.4404 volgens NEN-EN 10088-2 (AISI 316) worden toegepast.
C.2.02 plaatdikte
C.2.02.1 buizenDe roestvast stalen luchtkanalen worden uitgevoerd in een plaatdikte, die afhankelijk is van de diameter, zoals onderstaand gespecificeerd. Uitgaande van de diameter geldt voor de minimale plaatdikte bij standaarduitvoering:
C.2.02.2 hulpstukkenDe roestvast stalen hulpstukken worden uitgevoerd in een minimale plaatdikte van 0,6 mm.
C.2.03 verbinding in buizenDe verbinding in het spiraalgewikkelde band wordt uitgevoerd in een vlakke fels, waarbij voldoende stijfheid en luchtdichtheid worden verkregen.
C.2.04 verbinding in hulpstukkenDe verbinding van de naden in hulpstukken wordt zo uitgevoerd, dat voldoende stijfheid en luchtdichtheid wordt verkregen. Deze verbinding wordt uitgevoerd door middel van lassen of felsen.
C.2.05 lengte van buizenBuizen worden standaard geleverd in lengten van 3000 of 6000 mm. Uit technische overwegingen wordt de lengte in principe niet kleiner uitgevoerd dan de diameter van de buis met een minimumlengte van 300 mm.
C.2.06 diametersDe buizen worden uitgevoerd in standaarddiameters die zijn aangegeven in NEN-EN 1506, namelijk 63 - 80 - 100 - 125 - 160 - 200 - 250 - 315 - 400 - 500 - 630 - 800 - 1000 en 1250 mm. Aanvullende maten, genoemd in de norm zijn: 150 - 300 - 355 - 450 - 560 - 710 - 900 - 1120 mm.
C.2.07 bochtenWat vorm betreft, worden bochten standaard uitgevoerd met een straal gemeten over het hart van de bocht, gelijk aan de diameter met uitzondering van de diameters 63 en 80 waarvan de straal 100 mm is. Standaard worden bochten uitgevoerd in hoeken van 15°, 30°, 45°,60° en 90°, in gesegmenteerde uitvoering met een tolerantie van ± 2°.
C.2.08 verlopenVerlopen kunnen zowel symmetrisch als a-symmetrisch worden uitgevoerd en hebben een tophoek van minimaal 15° en maximaal 60°. Voor geperste verlopen mag de tophoek maximaal 90° zijn. Standaard worden symmetrische verlopen toegepast.
|
|
![]() |
C.2.09 aftakkingenEen aftakking (afsplitsing van een doorgaand hoofdkanaal) kan tot stand worden gebracht door middel van een:
en kan standaard plaatsvinden onder hoeken van 90° en 45°.
|
|
![]() |
|
C.2.10 splitsingenEen splitsing is een deling van een hoofdkanaal in twee doorgaande kanalen.
Bij een broekstuk kan de splitsing plaatsvinden onder een hoek a = 90° of 60°.
C.2.11 verbindingsstukkenDeze vinden standaard hun toepassing bij:
De grootte van de insteeklengte van de hulpstukken is afgestemd op NEN-EN 1506.
De verbindingen worden vastgezet d.m.v. zelfborende parkers en worden afgewerkt door gebruik te maken van:
De genoemde tapes dienen volgens de aanbevelingen van de leverancier te worden aangebracht.
C.2.12 instelkleppenInstelkleppen worden handinstelbaar uitgevoerd en dienen om een installatie in te regelen. Ze zijn voorzien van een deugdelijke vastzetinrichting, waaruit tevens de klepstand blijkt. Het klepblad, uit hetzelfde materiaal als het luchtkanaal, wordt tot een oppervlak van 0,3 m2 uitgevoerd in enkele plaat.
C.2.13 einddekselsDeksels worden uitgevoerd in hetzelfde materiaal als de buizen.
C.2.14 tolerantiesDe maximale tolerantie voor de lengte van een kanaal is ± 0,005 x L. De tolerantie voor de diameters is weergegeven in de tabel hiernaast. |
|






.jpg)
.jpg)

.jpg)

.jpg)
.jpg)
.jpg)
