A.2.00 Instort luchtkanalen van verzinkt staal t.b.v. de woningbouw en vloeren gelijkwaardig aan de woningbouw(bedoeld voor instort in de betonvloer)

A.2.01 plaatkwaliteit

Voor het vervaardigen van verzinkte luchtkanalen wordt plaatstaal toegepast in de minimale kwaliteit DX51 D 150 MAC met een tweezijdige zinklaag volgens het Sendzimir-procédé aangebracht, met een laagdikte van 150 g/m² tweezijdig volgens drievlakkenproef gemeten.
Plaatkwaliteit/zinkkwaliteit volgens NEN-EN 10.142, toleranties volgens NEN-EN 10.143 (de zinklaag heeft een gemiddelde dikte van ca. 10 micron per zijde).

 

A.2.02 plaatdikte

Verzinkte luchtkanalen worden uitgevoerd in een plaatdikte die afhankelijk is van de grootste kanaalzijde. De instortkanalen, in de afmetingen 170 x 70 en 170 x 80, worden gemaakt van een plaatdikte van 0,5 mm en in de afmetingen 200 x 80 en 220 x 80 van 0,6 mm plaat.
Andere maten kunnen klantspecifiek worden gemaakt.

 

A.2.03 dwarsverbindingen

Bij rechthoekige instortkanalen zijn de dwarsverbindingen uitgevoerd als schuif verbinding, met behulp van een koppelstuk of manchet.
Deze verbinding wordt vastgezet m.b.v. zelfborende parkers of waar mogelijk met puntlassen en daarna met tape afgewerkt, zodanig dat er geen water of cement het luchtkanaal kan inlopen.

 

A.2.04 langsverbindingen

Langsverbindingen worden in principe in een rollas, felsverbinding of puntlas uitgevoerd.
Daar waar nodig wordt, ten behoeve van de luchtdichtheid, in- of uitwendig plastisch blijvende kit aangebracht.

 

A.2.05 afmetingen

De kanalen worden uitgevoerd in onderstaande afmetingen: 170 x 70mm, 170 x 80 mm, 200 x 80 mm, 220 x 80 mm.

 

A.2.06 diverse uitvoeringen van rechthoekige instort kanalen

 

A.2.06.1 recht kanaal

De rechte kanalen worden geleverd in standaard lengten van 3 meter.

 

A.2.06.2 bochten

Bochten worden in standaard uitvoering geleverd als 90° of 45° bocht en zijn stromend uitgevoerd.

 

A.2.06.3 koppelstuk of manchet

Koppelstukken of manchetten worden standaard geleverd met een lengte van 80,100, 125, 200, 300 of 600 mm afhankelijk van de leverancier. Wanneer de manchet langer is dan 80 mm worden ze ook wel passtuk genoemd.

 

A.2.06.4 einddeksel:

Einddeksels zijn te leveren in alle bovenvermelde standaard maten

 

A.2.06.5 T-stukken

T-stukken worden geleverd met een binnen straal van minimaal 100 mm.

 

A.2.06.6 haakse zijaansluiting

Met behulp van een haakse zijaansluiting kan een T-stuk met haakse binnenhoeken worden gemaakt, door in een recht kanaal een sparing te te maken ter grootte van de zij aansluiting. Deze wordt vervolgens middels zelfborende parkers (met een maximale lengte van 13mm) aan het rechte kanaal gemonteerd, waarna de verbinding met tape afgeplakt of m.b.v. kit luchtdicht wordt gemaakt. De zij aansluiting kan ook onder 45° worden aangebracht.

 

A.2.06.7 ronde aansluit stuts of ronde flensbus

Deze zijn te leveren in de inwendige maten Ø 80, Ø 100, Ø 125, Ø 150, Ø 160, Ø 180 en Ø 200 met een lengte die afhankelijk is van de leverancier en afhankelijk van de vloerdikte.
Deze aansluitingen kunnen ook onder 45° worden uitgevoerd.

 

A.2.06.8 rechthoekig zadel op ronde buis (zadelstuk)

De rechthoekig zadels zijn te leveren voor een ronde buis Ø 180 t/m Ø 500
De aftakkende afmetingen zijn: 170 x 70, 170 x 80, 200 x 80 en 220 x 80.

 

A.2.06.9 lepe hoek

Dit zijn rechte kanaalstukken met een afgeknipte hoek aan de zijde van de deksel en voorzien van een ronde aansluitmond. De lepe hoek is leverbaar in een linker, rechter of symmetrische uitvoering met een aansluit mond van Ø 125, Ø 150, Ø 160 of Ø 180 aansluiting.

 

A.2.06.10 verloopstukken

Verloopstukken worden zodanig uitgevoerd, dat de tophoek maximaal 45° mag bedragen. Deze verloopstukken kunnen worden uitgevoerd in rechthoekig naar rond, of rechthoekig naar rechthoekig.

 

A.2.07 toleranties

De maximale tolerantie voor de lengte van een recht kanaal is ± 0,005 x L.
De tolerantie voor de rechthoekige afmetingen is + 0 tot - 4 mm.
De maximale tolerantie voor hoeken is ± 2°.

 

A.2.08 montage

De instort kanalen dienen zodanig op de betonvloer te worden vast gezet, dat de kanaal delen niet kunnen gaan drijven tijdens het storten van het beton. Dit gebeurt veelal middels gaatjes band dat om het kanaal, aan beide zijden, m.b.v. van inslagpluggen, aan het beton wordt bevestigd. Er zijn meerdere methoden om het instort kanaal voldoende te bevestigen, doch het kanaal moet minimaal om de twee meter worden vastgezet. Ook komt het veelvuldig voor dat de in te storten kanalen prefab op de bouwplaats worden aangeleverd. Gedeukte en geknikte kanalen mogen niet worden gemonteerd. Alle openingen dienen door middel van plastic doppen (speciedeksels) te worden dichtgezet.
De bouwkundig aannemer draagt zorg voor voldoende onderstempeling van de sparingen om het doorzakken van kanaal flensbussen te voorkomen.

 

A.2.09 ronde luchtkanalen ( t.b.v. instort in betonvloer)

Zie hoofdstuk A3.00 ronde kanalen van verzinkt staal.
Als aanvulling op dit hoofdstuk, wordt in de woningbouw ook veel gebruik gemaakt van zogenaamde plooibochten.
Deze bochten zijn leverbaar in de diameters Ø 80, 100, 125, 150, 160, 180 en 200 mm.
De leverbare hoeken zijn: 15, 30, 45, 60 en 90 graden.
Het materiaal, dikten, toleranties e.d. zijn hetzelfde als voor de geperste bochten, zoals vermeld in hoofdstuk A3.00.

 

Tevens worden er bij instortkanalen gebruik gemaakt van zogenaamde instortpotten.
Deze worden hoofdzakelijk gebruikt om een overgang te maken van een horizontaal kanaal (Ø 80 mm) in de vloer naar een verticale aftakking in de ruimte , ten behoeve van, bijvoorbeeld, het aansluiten van een afzuig- en/of toevoerventiel in de desbetreffende ruimte.
De diameters die voorkomen zijn: Ø 100 en 125 mm. De aftakkende diameter is Ø 80 mm. Deze aftakking kan zowel enkel als dubbel worden uitgevoerd. Afmetingen, dikten, materiaal e.d. zijn als benoemd in hoofdstuk A3.00.

 

Opmerking:
Voor kanalen, die niet in het beton worden ingestort, gelden de gegevens, eisen enz. zoals elders in dit handboek vermeld.

 

A.2.10 luchtdichtheid

De luchtdichtheid van de instortkanalen dient te voldoen aan luchtdichtheidsklasse B.
Bij de instortkanalen in de woningbouw wordt, indien vereist, het systeem onafhankelijk van het aantal m², vóór het storten, afgeperst. Dit in tegenstelling met wat in het hoofdstuk luchtdichtheid elders in dit handboek staat vermeld. Omdat deze kanalen worden ingestort, moeten de verbindingen en het instort kanaal zelf lekdicht zijn voor cementwater. Na ingestort te zijn, zijn de kanalen opgenomen in de betonvloer en worden geacht luchtdicht te zijn.

Indien er hogere eisen aan de luchtdichtheid van het kanaal systeem worden gesteld (bijv. om redenen van energiebesparing ) dienen deze expliciet te worden omschreven, opdat de uitvoering van het luchtkanaalsysteem hierop kan worden aangepast.
De besteksbeschrijving zal dan als volgt kunnen luiden:

Alle te leveren luchtkanalen, appendages en slangen dienen te voldoen aan hun respectievelijke NEN-EN-normen. De complete luchttransportweg, zowel toevoer als afvoer tussen de luchtbehandelingseenheid en de roosters (dus inclusief roosterplenums, indien aanwezig), dient geleverd en gemonteerd te worden volgens de kwaliteits- en uitvoeringsnormen zoals vastgelegd in het Luka Kwaliteitshandboek uitgave 2009, waarbij minimaal aan luchtdichtheidsklasse “B” moet worden voldaan.
De luchtdichtheid dient te worden gecontroleerd en aangetoond middels een lektestrapport.
De kwaliteit en uitvoering van de luchttransportweg dient naar genoegen aan de bouwdirectie te worden aangetoond en middels een certificaat worden bevestigd.